|
Denkkracht
|
|
een spiegelverhaal
“Goeiemorgen, Wijka”, roept Kleika terwijl hij enthousiast komt aangesprongen. Heb je dat gezien, Wijka? Die sprong is ingewikkeld, hè. Gaat al goed, hè?
Wijka zit met gesloten ogen naast zijn eik en verroert zich niet.
"Wijka?”
Er komt geen reactie.
“Wijka?” roept Kleika nog eens.
“Wijijijijika!”
Er komt nog steeds geen reactie.
Het kleine katertje gaat naast hem zitten. “Wijka, wat doe je nou? Wat is er?
Waarom zeg je niks?”
De grote kater blijft onbeweeglijk zitten. Plotseling ziet Kleika dat hij een
verband om zijn rechter achterpoot heeft.
Er moet iets gebeurd zijn. Zou het ernstig zijn? Eigenlijk vindt hij dat Wijka ook wel erg raar zit, zo met zijn achterpoten over elkaar heen…
“Wijka”, roept Kleika verschrikt. “Wijka, je bent toch niet…” Hij loopt om hem heen. Hij zou toch niet…
Voorzichtig tikt Kleika tegen Wijka’s voorpoot. Geen reactie.
Nog een keer, iets minder voorzichtig. Wijka, Wijka!!!!
De tranen beginnen over zijn wangetjes te rollen en terwijl hij zijn pootjes tegen zijn oogjes houdt, drukt hij zich, diep bedroefd, heel dicht tegen de grote, sterke kater aan. Hij weet het nu zeker:
Zijn meester, zijn aller, allergrootste vriend, is dood….
Nu zal hij nooit meer…
“Goedemorgen, Kleika. Hoe gaat het met je vandaag?”
Kleika deinst terug. “Hoe kan een dode nu praten?” Hij schiet weg achter een bosje en door zijn oogspleetjes heen kijkt hij argwanend naar de grote dode kater.
Dan ziet hij dat deze opstaat, naar hem toe loopt en hem vol verbazing aankijkt.
“Wijka”, roept hij uit, terwijl hij uit het bosje schiet. “Wijka, je leeft!!!
Hij springt met een enorme sprong in de stevige poten van Wijka en klemt zich stevig vast.
“Oh, Wijka, oh Wijka, ik ben zo blij! Ik dacht écht dat je dood was”.
Dan maakt hij zich los, springt vóór Wijka op de grond en laat hem zijn allernieuwste, ingewikkelde sprong zien. “Kijk, Wijka, wat vindt je ervan?”
Zijn oogjes stralen weer.
“Heel bijzonder, zegt Wijka. Zo’n sprong heb ik nog nooit gezien”.
“En hij gaat nog beter worden hoor, Wijka. Wacht maar af!
Maar Wijka, wat deed je nou eigenlijk? Waarom speelde je nou voor dood?”
“Ik speelde niet voor dood, Kleika. Ik was in gesprek en wilde niet gestoord worden”.
“In gesprek?” Kleika kijkt hem verbaasd aan. “Ah, je maakt een grapje”, zegt de kleine en gaat naast hem zitten.
“Ik zag helemaal niemand!”
“Nee, Kleika, ik maak geen grapje.Ik was in gesprek met mijzelf”.
“Wijka”, zegt Kleika nu met een heel ernstig snoetje. “Ik zie maar één Wijka.
En als ik maar één Wijka zie, kun jij geen twee Wijka’s zijn!
Dus maak je een grapje…"
“Nee, Kleika, ik ben heel serieus. Ik ben een heleboel Wijka’s en jij een heleboel Kleika’s”. Kleika kijkt de kater ongelovig aan.
“Ga maar eens heel rustig hier naast mij zitten. Doe je achterpootjes over elkaar en je oogjes dicht.
Denk maar eens aan iets dat je graag wilt weten en ga naar binnen met je vraag.
Of denk aan iets dat je graag wilt gaan beleven.
Dan zul je merken dat er binnen in jou Kleika’s zijn, die jou iets kunnen laten zien en dat er ook Kleika’s zijn waar je mee kunt praten”.
Kleika deed braaf heel stijf z’n oogjes dicht, maar na een paar seconden gingen ze alweer open.
Bedeesd vraagt hij: “Kleika, ik wil dat wel, maar hoe kan ik nou naar binnen?”
“Als je je oogjes dicht doet, niet te stijf en je wacht even heel rustig, dan kun je je voorstellen dat je jezelf ziet en dat er een opening is, waardoor je naar binnen kunt stappen. En als je binnen bent, kijk dan maar eens goed om je
heen. Probeer het maar.
Doe je oogjes maar dicht, ontspan je en laat maar komen wat er komt”.
Even lijkt het erop dat het werkt, maar het volgend ogenblik gaan de oogjes alweer open.
“Ikke, weet, je Wijka, ik wil wel weten hoe ik mijn grootste Kleika-sprong kan maken.
Denk je dat mijn Kleika’s daarbinnen dat weten?”
“Vast wel, zei Wijka. Ga er maar naar toe en vraag of ze je willen laten zien hoe dat moet.
En probeer hem dan ook maar eens uit, daarbinnen”.
De kleine Kleika doet wat Wijka zegt. Hij gaat naar binnen en stelt zich een sprong voor, zo ingewikkeld, als hij die nog nooit heeft gemaakt. En hij heeft er al heel veel gemaakt.. Hij begrijpt precies hoe hij het kan doen en voelt hoe het is om het te doen.
Wijka kijkt vergenoegd naar het kleine koppetje, dat zo helemaal in trance is en zichtbaar geniet van zijn innerlijke reis.
Als Kleika weer “terug is in het hier en nu”, vertelt hij hem wat hij heeft beleefd. Het was zo mooi geweest daar en hij kon daar ook zo heel veel meer dan hier!
“Weet je”, zegt Wijka daarop, “als je vaker daar naar toe gaat, zul je merken dat je hier in het dagelijks leven ook veel meer kunt.
Als je wilt, kunnen we af en toe ook samen reizen naar binnen”.
Dat wilde Kleika wel.
“Maar wat deed jij nou vanmorgen, Wijka? Toen je dood was? Waarover moest jij praten met je Wijka’s?
“Heb je gezien dat ik een verband draag om mijn poot? Ik gleed uit en heb hem verstuikt. Daardoor kon ik niet goed meer lopen”.
“Jij die een ongelukje krijgt?” vroeg Kleika verbaasd.
Ja, ik. En ik denk dat het goed is. Mijn lichaam al langere tijd probeerde met me te praten, maar ik luisterde niet. Ik had het ook zo verschrikkelijk druk.
"Wat zeg je nou? zegt Kleika verbaasd
"Dat is haar manier van aandacht trekken. Als je niet goed luistert naar je lichaam en alsmaar doorgaat, kun je ziek worden of een ongelukje krijgen.
Op deze manier zorgt ze er dan ervoor dat je wel even rust moét nemen en dan heb je eindelijk ook tijd om naar haar te luisteren. Goochem hoor.
Het is wel heel belangrijk dat je dat dan ook doet.
Vanmorgen vertelde ze mij, door mij te laten struikelen, dat ik veel te druk bezig ben en te weinig aandacht besteed aan
haar. Nu vond ze het welletjes en wilde rust.
Ik heb haar verteld dat ik haar begreep en dat ze gelijk had, maar dat ik deze week nog een paar heel belangrijke afspraken heb.
Ik heb haar daarom gevraagd of ze ermee akkoord kan gaan mij weer gewoon te laten lopen, als ik haar volgende week de rust gun die ze zo hard nodig heeft.
Dat vond ze goed.
Toen ben ik, net als jij, bij mijzelf naar binnen gegaan en heb ik mijn poot bekeken. Dat was niet mis. Het zag er uit als een lang, uitgerekt stuk elastiek.
Ik heb het weer teruggedrukt, tot de normale vorm.
Dat deed veel pijn en het kostte heel veel concentratie.
Daar was daar net mee bezig toen jij kwam. Daarom kon ik niet gestoord worden. Begrijp je?”
“Ja”, zegt Kleika.
Toen ik klaar was daarmee en je antwoord wilde gaan geven, rende jij ineens heel hard weg. Ik begreep er niks van en toen ik opstond om te gaan kijken wat je daar deed in die bosjes, besefte ik dat ik zo maar weer kon staan en lopen op mijn poot.
Het voelt aan als een wonder.
Hij haalt het verband van zijn poot.
“Kijk”, zegt hij, “hij is nog wel dik, maar ik heb de kracht er in terug en het doet geen pijn meer”.
Kleika is onder de indruk.
Kan je zomaar je zelf beter maken! Door op reis te gaan naar binnen.
“Dat is ongelooflijk”, zegt hij. “Maar hoe kan dat dan? Wat gebeurt er dan?”
Wijka kijkt de kleine Kleika aan. Tja, hoe leg ik dat uit…
Stel je maar eens voor dat alles energie is, in een verschillende vorm. Zie de energie maar als trillingen. Hoe hoger de frequentie, des te ijler de vorm. Hoe
lager, des te vaster de vorm.
Vergelijk het maar met iets dat heel snel voorbij raast. Dan zie dat iets nauwelijks. Het lijkt heel licht.
Gaat datzelfde iets nu heel langzaam voorbij, dan lijkt het veel groter en zwaarder. Door de snelheid verandert er iets in jouw ervaring, niet aan het iets zelf.
Kleika kijkt hem met vragende ogen aan.
Wijka denkt na en geeft een ander voorbeeld. Neem nu vocht, Kleika.
Je hebt verschillende hoedanigheden: waterdamp, water en ijs.
Stel je voor: als water verwarmd wordt, verdampt het. Het is er nog wel, maar je ziet het niet.
Als het afkoelt is het water, dat je kunt voelen, dat kan stromen…
En wordt water heel koud, dan wordt het ijs. Dan wordt het materie, iets dat je vast kunt pakken.
Verplaats dat idee nu naar jezelf en maak de vergelijking maar:
Stel je voor, je hebt een idee, een plannetje: Jij wilt de supergrote sprong maken.
Dan is je idee de “waterdamp”. Het is er wel, maar je kunt het niet zien.
Dat idee wil je omzetten in daadkracht. Je gaat bedenken hoe je het vorm kunt geven en laat het door je gedachten stromen. Dat is “het water”.
Als het helemaal door je heen gestroomd is en je hebt het je eigen gemaakt, dan kun je het gaan uitvoeren. Dan heeft je idee vaste vormen aangenomen!
Het is tastbaar geworden. Dat is het stadium van het ijs.
“En dan maak ik een ijs-sprong!” zegt Kleika enthousiast. Ja, zoiets zegt Wijka.
Of in mijn geval: dan heb ik weer een poot om op te staan… En te lopen. Gelukkig!
”Jeetje”, zegt Kleika. Dan ga ik nog heel veel kunnen, hè!
Maar Wijka, hoe zit dit nou? Mamma zegt altijd tegen mij dat ik veel te veel energie en heb en dat ik die er uit moet gooien. Daarom spring ik ook zo veel.
Jij zegt nou, dat we allemaal energie zijn. Al dat zo is, moet ik mijzelf er dus uitgooien?
Hoe kan dat nou?
Geamuseerd kijkt Wijka naar de kleine. En daarna naar de zon, die op twee uur staat.
Het is al laat geworden, Kleika, zegt hij. Het is een hele goede vraag en eigenlijk gaf je zelf het antwoord al een beetje. maar daar gaan we het morgen over hebben. Je hebt al zoveel geleerd vandaag, ga nu maar gauw naar huis.
“O.k., dank je wel, lieve levende Wijka. Tot morgen dan!”, zegt Kleika en gaat op pad.
Wijka kijkt hem na. Er is iets gebeurd vandaag. In plaats te springen, loopt hij heel rustig het pad af. Blijkbaar is ie wat onder de indruk…
Hij zwaait nog wel even met z’n staartje.
***
|
